Duifkruid

Duifkruid (Scabiosa columbaria) is een vaste plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. 

De plant wordt 30-90 cm hoog. De onderste bladeren zijn liervormig tot lierdelig en hebben een grote eironde eindlob. De verdere bladeren zijn fijner gedeeld en een- of tweemaal veerspletig.

Duifkruid bloeit van juli tot september met roodachtig lila, soms witte bloemen, die in een 1,5-3,5 cm breed hoofdje zijn gerangschikt. De zoom van het vliezige, bijzonder omwindsel (omwindsel van schutbladeren) staat breed uit. Op de bloembodem staan stroschubben. De vrucht is een nootje. De bloemen worden veel door vlinders en bijen bezocht.

Duifkruid zaaien is een fluitje van een cent, maar er zijn twee dingen waarmee je zeker rekening moet houden bij het zaaien van Scabiosa: het kiezen van het juiste zaaimoment en de juiste zaaidiepte.

Wanneer je duifkruid zaait, is afhankelijk van de manier waarop je wilt zaaien (en een klein beetje van de soort).

Je kunt Scabiosa het beste vier tot zes weken voor de laatste vorst (IJsheiligen) binnen voorzaaien. Bij een temperatuur van 18 tot 21 graden zal het dan 10 à 12 dagen duren voor de zaden ontkiemd zijn. Na het ontkiemen kun je de zaailingen het beste koeler zetten (bijvoorbeeld in een koude kas), want Scabiosa groeit beter als het niet al te warm is. Het voorkomt ook dat ze langgerekt worden. Hard ze af voordat je ze uitplant na de laatste vorst.

Sommige soorten duifkruid zijn eenjarig (zoals Scabiosa atropurpurea), andere meerjarig (zoals Scabiosa caucasica en Scabiosa columbaria). Let dus goed op wanneer je duifkruid koopt!

Duifkruid komt voor in Eurazië. In Nederland in Zuid-Limburg en het rivierengebied. Cultivars van duifkruid worden in de siertuin gebruikt. Duifkruid komt tussen het gras voor op matig vochtige, kalkrijke grond.